Francesca Albanese: "Ik zou graag zien dat het Westen consequenter handelt volgens zijn eigen principes, ethiek en het internationaal recht."
Lilith-cofounder Hasna El Maroudi sprak met Francesca Albanese, speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. Als onafhankelijk juridisch expert onderzoekt en documenteert Albanese schendingen van het internationaal recht in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. In dit gesprek spreekt ze over de rol van de Verenigde Naties, de uitholling van het internationaal recht, de verantwoordelijkheid van media en staten, en de vraag welke rol burgers kunnen spelen in het afdwingen van verantwoording.
Je bent speciaal rapporteur voor de VN. Wat doe je dan precies?
“Als speciaal rapporteur ben ik een onafhankelijk deskundige, een juridisch expert, benoemd door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties voor een termijn van zes jaar. Mijn taak is het documenteren en rapporteren van schendingen van het internationaal recht in het bezette Palestijnse gebied, namelijk het deel van de overblijfselen van Palestina in Brits Mandaat Palestina, dat Israël destijds niet heeft ingenomen en pas in 1967 is gaan bezetten. Dus de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, waar vijf miljoen Palestijnen leven onder Israëlische apartheid. Zij leven daar in een afzonderlijk juridisch systeem dat speciaal voor Palestijnen is gecreëerd, terwijl Israëlische kolonisten zich überhaupt niet in het bezette Palestijnse gebied zouden mogen bevinden. Mijn belangrijkste verantwoordelijkheden zijn kortom: rapporteren aan de Verenigde Naties, onderzoeken uitvoeren en andere vormen van belangenbehartiging verrichten die ik noodzakelijk acht. Dat is objectief gezien wat mijn functie inhoudt.
Hoe kun je je werk doen als je Palestina, de bezette Palestijnse gebieden of Israël niet mag binnenkomen?
“Ik heb drie intensieve jaren in Oost-Jeruzalem gewoond en ben in de daaropvolgende tien jaar regelmatig naar de regio blijven reizen. Ik bleef naar Palestina gaan om onderzoek te doen voor wetenschappelijke publicaties. nadat ik de Verenigde Naties had verlaten, in 2012 en 2013. Vanaf 2015 ben ik onderzoeker en rechtsgeleerde op het gebied van de Palestijnse kwestie. Het is dus een realiteit die ik al goed kende voordat ik werd aangesteld.
De vraag is dus niet wat men weet of niet weet, maar wat men met die informatie doet.
De laatste keer dat ik daar was, was vóór mijn benoeming tot speciaal rapporteur, in maart 2022. Dat helpt. Bovendien is er geen andere plek ter wereld waar mensenrechtenschendingen zo grondig gedocumenteerd zijn als in Palestina. Ze worden vastgelegd door Israëli's, Palestijnen, internationale mensenrechtenorganisaties, de VN en anderen. Er zijn voortdurend instanties die rapporteren aan de Verenigde Naties en de lidstaten. De vraag is dus niet wat men weet of niet weet, maar wat men met die informatie doet.
Daarom heb ik besloten dat ik, hoewel ik er niet naartoe kan, met allerlei belanghebbenden blijf samenwerken om de informatie te verkrijgen die nodig is, die wordt bevestigd en geverifieerd, zodat ik mensen kan uitleggen hoe het systeem werkt. Het risico in Palestina is namelijk dat je uiteindelijk alleen nog maar de wettelijkheid van de bezetting beschrijft. Gedurende tientallen jaren hebben mensen daardoor het grotere plaatje gemist: de fundamentele onwettigheid van de bezetting zelf. Dat is wat ik probeer bloot te leggen: de grotere, structurele problemen.”
Je zegt dat de vraag niet zozeer is wat er wordt gedocumenteerd of bekend is, maar wat er vervolgens met die informatie gebeurt. Je besloot al op jonge leeftijd voor de VN te willen werken, omdat die organisatie bedoeld is om mensen te beschermen. Hoe is die ervaring tot nu toe geweest?
“Ja, ik was erg naïef. Het gaat inderdaad niet om de vraag of mensen zich bewust zijn van de informatie die hun wordt verstrekt, maar om wat ze ermee doen. En ik kan je zeggen: de afgelopen jaren gebeurde daar vrijwel niets mee. Nu zijn er lidstaten die actief tegen die informatie vechten.
Wat mij schokt, is de passiviteit van zoveel andere landen. Zij beseffen niet dat zij vroeg of laat de volgende kunnen zijn.
Een voorbeeld daarvan zijn de Verenigde Staten. Maar zij zijn niet de enigen; er zijn ook andere lidstaten. Zij negeren niet alleen wat bijvoorbeeld de Verenigde Naties, organisaties zoals het OHCHR of onafhankelijke experts zoals ik doen. Ze schenden ook de regels van het systeem. Denk aan landen die besloten hebben zich niet te houden aan de arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof (ICC). Of aan de Verenigde Staten, die het ICC rechtstreeks hebben aangevallen door aanklagers en rechters sancties op te leggen.
We leven in een andere tijd, waarin sommige landen – meer dan andere – openlijk het internationale multilaterale systeem aanvallen, misschien omdat het hun belangen niet langer dient. Wat mij echter schokt, is de passiviteit van zoveel andere landen. Zij beseffen niet dat zij vroeg of laat de volgende kunnen zijn.
Laat me een concreet voorbeeld geven. Ik heb keer op keer gezegd dat de wapens en surveillancetechnologieën die op Palestijnen worden getest, vroeg of laat tegen ons zullen worden gebruikt. In de Verenigde Staten gebeurt dat al. Kijk naar wat er in Californië gebeurt en hoe mensen daar worden gecontroleerd en aangepakt. Hetzelfde hebben we keer op keer gezien in het mondiale Zuiden. Kijk ook naar Duitsland, waar mensen worden aangevallen, willekeurig gearresteerd en gedeporteerd omdat ze oproepen tot een einde aan wat zij als genocide beschouwen.”
Internationaal recht zou de wereld moeten beschermen. Wat betekent het wanneer de VS zich tegen het ICC keert, maar ook wanneer Ursula von der Leyen en Emmanuel Macron verklaren dat Israël recht heeft op zelfverdediging bij een aanval op Iran, terwijl veel deskundigen in het internationaal recht zeggen dat dat niet het geval is?
“Wat uiteindelijk overblijft, zijn de mensen en hun kracht. Wat ik zie gebeuren is dat er steeds meer verantwoording wordt geëist op nationaal niveau.
Er zijn steeds meer maatschappelijke organisaties en individuen die zich inzetten voor gerechtigheid en proberen hun leiders of CEO's van bedrijven die winst hebben gemaakt uit deze economie ter verantwoording te roepen. Zoals ik in mijn laatste rapport schreef: een economie van bezetting is veranderd in een economie van genocide. Er is een groeiend gevoel van urgentie rond verantwoording.
Maar er is ook behoefte aan een vreedzame volksbeweging die onze regeringen een duidelijke boodschap stuurt: ‘Wij hebben onze democratie niet aan jullie gedelegeerd zodat jullie kunnen doen wat jullie willen. Jullie moeten de regels volgen waaraan wij ons hebben verbonden om staten te beschermen tegen misbruiken zoals die vandaag plaatsvinden.’"
Geloof je nog steeds dat internationaal recht vrede kan brengen?
“Kijk, internationaal recht is een instrument. We moeten de mogelijkheden ervan niet overschatten. De echte kracht, de echte magie, ligt bij de mensen. Die is onbeperkt. Net zoals het kwaad vandaag soms onbeperkt lijkt.
Het verschil tussen deze wereld en een betere wereld hangt af van de mate waarin mensen hun potentieel activeren en omzetten in actie.
Ik geloof dat de macht bij de mensen ligt. Als zij zich maar zouden realiseren hoe krachtig zij zijn wanneer zij gezamenlijk optreden. We leven echter in een werkelijkheid die ons dat heeft doen vergeten. Vooral wij in de mondiale minderheid – ik bedoel het mondiale Noorden – zijn vergeten wat het betekent om samen op te staan. Om deel uit te maken van een beweging die machthebbers ter verantwoording roept.
Daarom is dit een belangrijk moment om ons te verenigen met mensen uit de mondiale meerderheid – het mondiale Zuiden – en als mensheid op te treden. We zouden leiders nodig hebben die de wereld rondreizen en mensen uitleggen wat er van hen gevraagd wordt. Zulke leiders hebben we vandaag niet.
Maar we hebben wel een ander soort leiders in elk land. Ik zie bijvoorbeeld de jongerenbewegingen, studentenprotesten en vele andere initiatieven. We mogen die realiteiten niet onzichtbaar maken. De Palestijnen, progressieve Joden en talloze gewone burgers laten zien dat er potentieel is. Wanneer ik mensen zie, zie ik mogelijkheden. Het verschil tussen deze wereld en een betere wereld hangt af van de mate waarin mensen hun potentieel activeren en omzetten in actie.”
Ik wil graag wat dieper ingaan op de rol van de media. In een interview met Natasja Gibbs (BNNVARA) zei je dat je verwachtte dat er ooit onderzoek zou komen naar de medeplichtigheid van westerse bedrijfsmedia aan de genocide in Gaza. Kun je dat toelichten?
“Ik denk niet dat er ooit een eerlijke weergave is geweest van wat er in Palestina gebeurt. Jarenlang lazen we bijvoorbeeld over ‘confrontaties tussen Israëli's en Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever’, alsof het ging om een normale situatie waarin twee partijen vechten. Maar het gaat om een illegale bezetting.
Er werd geen context gegeven over de wettelijkheid van die bezetting. Daardoor heeft iedereen – ook de media, maar zelfs de VN – deze werkelijkheid jarenlang beschreven zonder de fundamentele legaliteit ervan ter discussie te stellen. Na zeventig jaar leidt dat tot normalisering.
Als je geen deel uitmaakt van de oplossing, loop je het risico deel van het probleem te worden. Dat geldt ook voor de media. Zij hebben volgens mij een eenzijdig narratief versterkt dat de kant van de bezetter en koloniserende macht kiest. Ik zeg niet dat ze partij moesten kiezen voor Palestijnen, maar dat ze de feiten objectief hadden moeten weergeven.
In de afgelopen maanden is dat volgens mij alleen maar erger geworden. Vooral grote westerse media hebben het narratief van zelfverdediging versterkt en de discussie gecentreerd rond Israëlische verklaringen. Ook de woordkeuze speelde een rol: het taalgebruik werd geneutraliseerd wanneer verslag werd gedaan van dodelijk geweld en wat ik beschouw als genocidale daden.
Dit is niet uniek voor deze situatie; media hebben ook bij andere genocides een rol gespeeld. Maar dit is volgens mij de eerste keer dat internationale media op deze schaal deelnemen aan een genocide op deze manier.”
Heb je veranderingen gezien in de mediaberichtgeving, de publieke opinie of de politieke aanpak?
“In de publieke opinie zie ik wel verandering. Er is meer verontwaardiging en meer protest. Tegelijkertijd zie ik ook meer repressie en een afbrokkeling van fundamentele rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en het recht om vreedzaam afwijkende standpunten te uiten.”
Waarom zouden we zoveel gewicht geven aan het Israëlische narratief wanneer er VN-organisaties, onafhankelijke experts, Palestijnse en Israëlische mensenrechtenorganisaties zijn die eveneens spreken? Waarom krijgt dat perspectief niet dezelfde aandacht?
En wat betreft de media? Merk je verschil in de vragen die je krijgt of de manier waarop journalisten met jouw standpunten omgaan?
“Soms wel. Op bepaalde momenten tonen westerse media meer interesse. Bijvoorbeeld tijdens het incident met de flotilla en de onderscheppingen in internationale wateren. Toen werd ik voor het eerst door televisie geïnterviewd en waren plotseling media zoals Sky News, BBC en ABC geïnteresseerd.
Maar dat komt ook doordat de media vaak een voorkeur hebben voor sensationele gebeurtenissen, in plaats van gebeurtenissen langdurig te volgen en van context te voorzien.
Tegelijkertijd is mijn ervaring dat veel westerse media zich nog steeds verschuilen achter wat Israël zegt. Terwijl Israël juist de partij is die wordt beschuldigd van internationale misdrijven. Waarom zouden we zoveel gewicht geven aan het Israëlische narratief wanneer er VN-organisaties, onafhankelijke experts, Palestijnse en Israëlische mensenrechtenorganisaties zijn die eveneens spreken? Waarom krijgt dat perspectief niet dezelfde aandacht?
Volgens mij heeft Israël herhaaldelijk onjuiste informatie verstrekt, bijvoorbeeld over zijn militaire doelstellingen. Het bevrijden van gijzelaars en het bestrijden van Hamas zijn doelstellingen die voortdurend verschuiven. Intussen zijn de gijzelaars, net als vele anderen, opgeofferd.
Media stellen lang niet altijd de juiste objectieve vragen, zoals: wat gebeurt hier precies? Hoe kwalificeer je dit juridisch? Hoe verhoudt het zich tot de bredere context? Vragen die mensen helpen te begrijpen wat er gebeurt, in plaats van simpelweg twee tegenovergestelde standpunten naast elkaar te zetten.”
Ik wil ook kort stilstaan bij je bezoek aan Nederland. Tijdens dat bezoek zou je een ontmoeting hebben met de Commissie Buitenlandse Zaken, maar die werd op het laatste moment afgezegd. Hoe is dat volgens jou gebeurd?
“Volgens de berichtgeving waren er, wat ik de gebruikelijke verdachten noem, pro-Israëlische lobbyisten die naar Den Haag kwamen en veel druk uitoefenden om ervoor te zorgen dat de commissie mij niet zou ontvangen.
Uiteindelijk was ik wel welkom in het parlement en sprak ik met de meeste Kamerleden. Wat mij opviel, was dat men de weigering rechtvaardigde met de bewering dat ik een parlementslid zou hebben beledigd. Ik vroeg journalisten telkens: "Hebben jullie het bewijs gezien?" Niemand in de regering, het parlement of de media kon precies aanwijzen wat ik dan gezegd zou hebben.
Dat roept voor mij de vraag op hoe grondig journalisten de informatie controleren die zij ontvangen.”
Je uitspreken tegen genocide of voor Palestijnse zelfbeschikking wordt vaak neergezet als antisemitisch of anti-Israëlisch. Jij bent zelf ook als antisemiet bestempeld. Hoe ga je daar persoonlijk mee om?
“Ik ben een sterk persoon en probeer goed voor mezelf te zorgen binnen de beperkte ruimte die ik daarvoor heb. Daarnaast probeer ik een minimum aan academisch werk voort te zetten, zoals het afronden van publicaties. Door de genocide heb ik mijn onderwijsactiviteiten moeten stopzetten en de organisatie waarvoor ik werkte verlaten. Ik mis mijn collega's. Tegelijkertijd voelt dit nu als de prioriteit. Het enige wat ik echt probeer te beschermen, is mijn familie. Zij hoeven niet de prijs te betalen voor de fouten van de wereld.
Tot slot: hoe kijk je vanuit internationaalrechtelijk perspectief naar de huidige situatie waarin Israël Iran bombardeert en Iran terugslaat?
“Vanuit mijn interpretatie van het internationaal recht is de Israëlische aanval op Teheran een daad van agressie die een recht op zelfverdediging activeert. Iran heeft volgens die interpretatie het recht zich te verdedigen. Ik ben geraakt door veel Iraniërs die zeggen: "Hoezeer we ons regime ook verafschuwen, we willen niet dat buitenlandse bommen ons land vernietigen."
Wat ik zie, is een sterk gepolariseerde reactie. Veel landen in het mondiale Zuiden scharen zich achter Iran, terwijl veel westerse landen achter Israël en de Verenigde Staten blijven staan en zeggen dat Israël recht heeft op zelfverdediging.
Mijn vraag is dan: hoe kan Israël steeds een beroep doen op zelfverdediging wanneer het volgens mij vaak de agressor is in zijn relaties met andere staten? Natuurlijk werd Israël op 7 oktober aangevallen door een gewapende groep vanuit bezet Palestijns gebied. Maar volgens mijn juridische analyse kwalificeert dat niet als een oorlog tussen staten en activeert het geen klassiek recht op zelfverdediging. Het vereist een reactie in het kader van ordehandhaving en het internationaal humanitair recht blijft daarbij van toepassing.
Er is veel verwarring en veel hypocrisie. Als Europeaan zou ik graag zien dat het Westen consequenter handelt volgens zijn eigen principes, ethiek en het internationaal recht. Daar zijn we nog niet.”