Vibrators zijn overal te koop. Waarom praat niemand over de veiligheid?

De afgelopen jaren groeide de seks wellness-industrie uit tot een miljardenmarkt. Vibrators liggen tegenwoordig bij de drogist en de supermarkt en worden verkocht als onderdeel van self-care, empowerment en een gezonde levensstijl. Tegelijkertijd lijkt het ene na het andere consumentenproduct onder vuur te liggen vanwege schadelijke stoffen. Sabrina Simons vroeg zich af hoe veilig seksuele self-care producten eigenlijk zijn en schreef erover als laatste ode aan Lilith.

Het valt me op: de afgelopen maanden lijkt het ene na het andere consumentenproduct onder vuur te liggen. Speelgoed en speelzand blijkt asbest te bevatten. Onderzoeken tonen pesticiden aan op groente en fruit, en zelfs PFAS in het bloed van consumenten. Of metaaldeeltjes in koekjes, brood en vleeswaren. Op sociale media groeit ondertussen een complete “low tox”-beweging: influencers die overstappen op glazen bewaarbakjes, natuurlijke deodorant, biologische voeding en PFAS-vrije pannen.

Steeds meer mensen proberen controle terug te krijgen over wat er hun lichaam binnenkomt. Maar hoe groot is die controle eigenlijk echt? Want zelfs als consumenten bewust proberen te leven, blijven veel producten op de markt waarvan de veiligheid nauwelijks onderzocht lijkt. Producten die dagelijks gebruikt worden. Producten die direct in contact komen met het lichaam. Producten die verkocht worden als self-care, wellness en empowerment.

Zoals seksspeeltjes. Tegenwoordig kun je op bijna iedere straathoek een vibrator kopen. Wat ooit verborgen lag achter donkere vitrines van seksshops, ligt nu openlijk tussen de make-up en shampoo. Bij de HEMA, Etos, Kruidvat, bol.com, AliExpress en Temu worden vibrators verkocht als onderdeel van een moderne wellness-lifestyle. Een snelle zoekopdracht naar “vibrator” levert op bol.com meer dan 10.000 resultaten op. Van budget speeltjes van een paar euro tot luxe ‘sexual wellness’-producten die verkocht worden als self-care accessoire. En Nederlanders kopen ze massaal, blijkt ook uit recente cijfers. Uit recente onderzoeken blijkt dat inmiddels 47% van de Nederlanders een seksspeeltje bezit. Onder jonge vrouwen tussen de 16 en 34 jaar loopt dat zelfs op tot 71%. Meer dan de helft van de vrouwen met een seksspeeltje bezit tegenwoordig een luchtdrukvibrator zoals de Satisfyer of Womanizer. Jaarlijks worden er in Nederland meer dan één miljoen vibrators verkocht.

Ook de manier waarop we over seksualiteit praten lijkt veranderd. “Voor corona had je dat waarschijnlijk niet gedacht,” zegt Winxi Kan van The Oh Collective. “Dat een Satisfyer gewoon bij de drogist zou liggen.” Volgens haar is seksualiteit de afgelopen vijf jaar zichtbaar genormaliseerd en steeds meer onderdeel geworden van wellness en self-care. Die verschuiving zie je overal terug. Seks wellness is veranderd van taboe-industrie naar mainstream lifestylemarkt. Vibrators worden verkocht naast skincare en supplementen, influencers praten openlijk over orgasmes en self-care, en producten zoals de Satisfyer worden gepresenteerd als onderdeel van een gezonde levensstijl in plaats van iets hyper seksueels of obscuurs.

En ergens is dat natuurlijk vooruitgang. Seksspeeltjes worden steeds minder gezien als iets gênants of obscuurs. Onderzoeken laten zelfs zien dat 81% van de vrouwen vaker een orgasme ervaart sinds ze een seksspeeltje gebruikt. Maar juist daardoor dringt zich een andere vraag op: hoe veilig zijn deze producten eigenlijk? Die vraag voelt extra relevant wanneer je kijkt naar hoe groot de industrie inmiddels is geworden.

De wereldwijde markt voor seksspeeltjes wordt in 2023 geschat op ongeveer 35,2 miljard dollar. Sinds de coronapandemie groeide seks wellness uit tot een van de snelst groeiende consumentenmarkten ter wereld. Tijdens lockdowns steeg niet alleen de verkoop van vibrators en dildo’s explosief, ook de manier waarop seksualiteit werd vermarkt veranderde. Seks toys werden steeds vaker gepresenteerd als onderdeel van self-care, mentale gezondheid en wellness. Ook Nederlandse bedrijven profiteren volop van die groeiende internationale markt. Nederlandse e-commercebedrijven zijn inmiddels sterk vertegenwoordigd binnen de wereldwijde seks wellness-industrie, met grote online platforms, distributeurs en webshops die internationaal verkopen.

Maar hoe vertaalt een miljardenmarkt waarin zoveel geld omgaat zich naar controle, veiligheid en onafhankelijk onderzoek? En misschien nog belangrijker: wie houdt eigenlijk toezicht op producten die direct in contact komen met één van de meest kwetsbare delen van het lichaam? Want terwijl seksspeeltjes rechtstreeks in contact komen met slijmvliezen en intieme delen van het lichaam, bestaat er opvallend weinig specifieke regelgeving en informatie rondom de materialen waarvan ze gemaakt worden. Dat voelt vreemd. Zeker in een tijd waarin steeds meer consumentenproducten wel worden onderzocht op schadelijke stoffen. Waarom horen we dan zo weinig over seksspeeltjes? Weet jij waar je vibrator of dildo van gemaakt is en in hoeverre dit effect kan hebben op je gezondheid?

Die vraag voelt extra urgent nu steeds meer wetenschappers, artsen en gezondheidsorganisaties waarschuwen voor de aanwezigheid van schadelijke stoffen in onze leefomgeving.

Forever chemicals in je seksspeeltje
Begin juni 2026 sloegen artsen opnieuw alarm over PFAS, de zogenoemde 'forever chemicals' die inmiddels worden aangetroffen in voedsel, drinkwater, bodem, lucht en zelfs in het bloed van mensen. In aanloop naar een debat in de Tweede Kamer riepen artsen, onderzoekers en Stichting Tegengif de politiek op om sneller werk te maken van een verbod op de productie, lozing en het gebruik van PFAS.

Volgens huisarts en onderzoeker Evelyn Brakema worden PFAS nog te vaak benaderd als een milieuprobleem, terwijl de gevolgen voor de volksgezondheid steeds zichtbaarder worden. "Artsen zien dagelijks hoe sterk gezondheid verbonden is met onze leefomgeving. We kunnen blijven behandelen, maar zolang schadelijke stoffen zich blijven verspreiden, blijven we dweilen met de kraan open."

De oproep van artsen raakt aan een bredere maatschappelijke discussie. Want hoewel steeds meer consumenten proberen bewuste keuzes te maken, van biologisch eten tot het vermijden van plastic en het omarmen van een low-tox levensstijl, blijkt uit onderzoek steeds opnieuw hoe moeilijk het is om blootstelling aan schadelijke stoffen volledig te vermijden.

PFAS zijn daarvan misschien wel het meest zichtbare voorbeeld. Ze worden inmiddels op zoveel plekken aangetroffen dat individuele keuzes slechts een deel van de oplossing kunnen zijn. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: hoeveel verantwoordelijkheid kunnen we eigenlijk bij consumenten neerleggen wanneer schadelijke stoffen zich via lucht, water, voedsel en consumentenproducten blijven verspreiden?

Misschien is dat ook precies de vraag die speelt rondom seksspeeltjes en andere seksuele wellness-producten. Niet omdat bekend is dat deze producten exact dezelfde risico's kennen als PFAS, maar omdat ze onderdeel zijn van een bredere discussie over productveiligheid, preventie en toezicht. Hoeveel onderzoek moet er plaatsvinden voordat mogelijke risico's serieus worden genomen? Wanneer grijpen overheden in? En wie draagt de verantwoordelijkheid om consumenten te beschermen wanneer de wetenschap nog niet alle antwoorden heeft?

De geschiedenis laat zien dat het vaak jaren, soms zelfs decennia, duurt voordat schadelijke stoffen daadwerkelijk worden beperkt of verboden. Tegen de tijd dat er voldoende bewijs is verzameld, zijn miljoenen mensen vaak al jarenlang aan deze stoffen blootgesteld geweest. Juist daarom is de vraag naar de veiligheid van seksuele wellness-producten geen niche-onderwerp voor een kleine groep consumenten, maar onderdeel van een veel bredere maatschappelijke discussie over volksgezondheid, preventie en de verantwoordelijkheid van overheid, wetenschap en industrie.

Een industrie die grotendeel buiten beeld blijft
Tijdens mijn onderzoek stuitte ik al snel op een ongemakkelijke realiteit: de seksspeeltjes industrie blijkt opvallend slecht gereguleerd. “Deze markt is heel erg ongereguleerd,” vertelt Winxi Kan. “Met voedsel heb je heel veel regels. Met toys dus niet. Het is echt een vrije markt.” Vrijwel alle seksspeeltjes worden geproduceerd in China, legt ze uit. Daar bestaan enorme verschillen tussen fabrieken, materialen en kwaliteitscontroles.

“Er zijn fabrieken met certificaten, maar ook zonder certificaten en bij goedkope producten ruik je het meteen; als je de doos opent komt er echt een walm van plastic uit.”

En juist goedkope producten lijken overal op te duiken. Op AliExpress. Temu. Amazon. Webshops waar consumenten voor een paar euro een vibrator kunnen bestellen zonder enig idee van welke materialen en langs welke processen het product precies gemaakt is. Volgens Kan zijn er wel degelijk consumenten die nadenken over productveiligheid, maar dat blijft nog een kleine niche. “Je hebt natuurlijk een groep consumenten die heel bewust is, maar ik moet zeggen dat de massa… die weet van niks. Heel veel mensen kijken gewoon alleen maar naar prijs.” Juist die focus op goedkope productie en snelle verkoop baart experts zorgen. Goedkope seksspeeltjes van platforms als AliExpress en Temu bevatten vaker poreuze plastics of onbekende chemische samenstellingen, terwijl controle op import van consumentenproducten voor volwassenen beperkt is. Ook binnen de industrie zelf bestaat frustratie over het gebrek aan regelgeving.

Madeleine Vreekamp van Mail & Female beschrijft hoe opportunistische bedrijven massaal de markt betreden nu seks wellness commercieel aantrekkelijk is geworden. Als je voor 2 euro een vibrator kan kopen en die voor 10 euro kan verkopen, is de rekensom snel gemaakt. “Je kunt zien dat er op de platforms veel ondersteuning is van grote merken. Maar er zijn veel kleine nieuwe partijen die komen en gaan. Ze denken: nu ga ik rijk worden met vibrators. "En dan bederven ze de markt en verdwijnen ze weer.” Volgens haar ontstaat daardoor een industrie waarin commerciële belangen vaak belangrijker lijken dan veiligheid of transparantie.

“Ik denk zeker dat regulering de markt veiliger kan maken." Vooral in Europa, waar veel regelgeving is voor andere consumentenproducten. "Maar mensen kunnen natuurlijk ook alles zelf uit China bestellen, dus dat maakt het wel ingewikkeld.” Dat zette me aan het denken. Want hoe eerlijk is het eigenlijk om verantwoordelijkheid volledig bij consumenten neer te leggen, als er nauwelijks transparantie of regelgeving bestaat? En als er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar het effect van deze toys op het menselijk lichaam?

Een industrie gebouwd vanuit de male gaze
Wat me tijdens de gesprekken misschien nog wel het meest verbaasde, was hoe mannelijk gedomineerd deze industrie eigenlijk nog steeds is. Ook voor de producten die voornamelijk door vrouwen gebruikt worden. Volgens Winxi Kan is de seksspeeltjes-industrie historisch sterk verbonden met de porno-industrie. “Heel veel distributeurs bestaan al twintig, dertig jaar. Het zijn vaak familiebedrijven die begonnen zijn met dvd’s en videobanden. "Toen het internet kwam en die producten langzaamaan overbodig werden, maakten ze de overstap naar toys en glijmiddelen.” Dat voel je volgens haar nog steeds terug in de industrie die nog steeds sterk door mannen gedomineerd wordt. “Als je kijkt naar merken, fabrikanten, iedereen is man en de producten zijn heel erg vanuit de male gaze ontworpen.”

Dat zie je volgens nieuwe feministische merken nog steeds terug in oudere toys: agressieve vormen, pornografische branding en weinig aandacht voor comfort, gezondheid of inclusiviteit. Dat is opvallend. Want het grootste deel van de consumenten van vibrators en seksspeeltjes zijn vrouwen. Toch werd jarenlang vooral gekeken naar verkoopbaarheid, pornografische esthetiek en winst, niet per se naar gezondheid, inclusiviteit of comfort. Pas de laatste jaren ontstaat er een nieuwe generatie merken die seksualiteit probeert te benaderen vanuit welzijn, veiligheid en empowerment, maar ook die beweging opereert nog steeds binnen een grotendeels niet gereguleerde industrie.

De Man als uitgangspunt
Hoe meer ik las, hoe meer parallellen ik begon te zien met andere producten die voornamelijk door vrouwen gebruikt worden. Door de jaren heen zijn steeds meer producten die specifiek gericht zijn op vrouwen onder vuur komen te liggen vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s. Haarverf, cosmetica, relaxers (voor kroeshaar), anticonceptie en menstruatieproducten bleken geregeld schadelijke stoffen te bevatten, die pas de afgelopen jaren serieus onderzocht werden. 

Tampons bijvoorbeeld.Recentelijk ontstond er brede aandacht voor schadelijke stoffen in menstruatieproducten. Onderzoeken vonden onder andere zware metalen zoals lood en cadmium in tampons. Jarenlang werden die producten nauwelijks onderzocht, ondanks direct contact met een van de meest absorberende delen van het lichaam. Ook aandoeningen zoals endometriose en PCOS werden historisch lang niet serieus genomen. Vrouwen lopen gemiddeld jaren rond met klachten voordat ze een diagnose krijgen.

Winxi Kan herkent dat patroon persoonlijk. “We (de oprichters, red) hebben zelf te maken gehad met endometriose en PCOS,” vertelt ze. “Maar het is best lastig om een diagnose te krijgen." Ik heb meerdere artsen gehad die zeiden: "Ik denk dat je gewoon sneller last van ‘inflammation’ hebt.” Pas na meerdere artsen werd bij haar beginnende endometriose vastgesteld. Het is een verhaal dat opvallend vaak terugkomt bij vrouwen en volgens feministische onderzoekers is dat geen toeval.

De medische wetenschap is historisch grotendeels gebaseerd op het mannelijke lichaam. Vrouwen werden jarenlang uitgesloten van klinische studies omdat hormonale cycli onderzoek “te ingewikkeld” zouden maken. Daardoor ontstond een systeem waarin vrouwelijke pijn en reproductieve gezondheid structureel minder aandacht kregen. Dat zie je terug in de manier waarop aandoeningen zoals endometriose, PCOS en hormonale klachten onderzocht worden. Maar ook in de manier waarop producten voor vrouwen gereguleerd worden.

Kinderspeelgoed wordt streng gecontroleerd op bepaalde chemische stoffen. Maar vergelijkbare materialen kunnen nog steeds terechtkomen in producten die vaginaal of rectaal ingebracht worden.

Ftalaten, nano-plastics, hormoonverstoorders en schaamte
Al in 2006 publiceerde Greenpeace onderzoek naar schadelijke stoffen in seksspeeltjes. In zeven van de acht onderzochte producten werden hoge concentraties ftalaten gevonden: chemische weekmakers die plastic flexibel maken.

Die stoffen worden internationaal in verband gebracht met hormoonverstoring, vruchtbaarheidsproblemen en effecten op het reproductieve systeem. In 2023 onderzocht Duke University opnieuw seksspeeltjes. Daarbij werden nano-plastics én ftalaten aangetroffen in verschillende producten. Tegelijkertijd stelde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in een onderzoek naar dildo’s vast dat alternatieve weekmakers gebruikt worden waarvan de veiligheid nog onvoldoende bekend is. En juist dat is misschien het meest verontrustende deel. Niet alleen wat we al weten, maar vooral wat we nog niet weten.

The Oh Collective begon oorspronkelijk niet alleen als merk, maar als community. Terwijl de oprichters in Shanghai woonden, ontstond er een online groep waarin honderden vrouwen openlijk praten over seksualiteit, uitstrijkjes, reproductieve gezondheid en schaamte vanuit hun cultuur.

“Heel veel problemen waar mensen mee lopen komen voort uit schaamte,” zegt Kan. “De schaamte om dingen uit te proberen." "De schaamte om ergens over te praten.” Misschien verklaart dat ook waarom dit onderwerp zo lang buiten beeld bleef. Want zolang seksuele gezondheid taboe gevoelig blijft, blijven onderzoek en kritische vragen over veiligheid vaak ook uit.

Kapitalisme, wellness en verantwoordelijkheid
De seks wellness-industrie groeit ondertussen explosief. Steeds meer merken presenteren seksualiteit als empowerment. Als self-care. Als onderdeel van een gezond leven.Tegelijkertijd waarschuwen critici dat empowerment inmiddels ook een marketingstrategie is geworden. Seksuele vrijheid is commercieel aantrekkelijk geworden. Wat ooit rebels of feministisch voelde, is nu onderdeel van een miljardenindustrie waarin wellness, empowerment en zelfliefde steeds vaker verkocht worden als product.

De vraag blijft hoeveel ruimte er binnen zo’n snelgroeiende markt werkelijk is voor onafhankelijk onderzoek, strengere regelgeving en kritische transparantie.En ergens voelt dat dubbel. Want hoe gezond kan een industrie zijn wanneer fundamenteel onafhankelijk langetermijnonderzoek nog grotendeels ontbreekt?

Tegelijkertijd zie ik ook echt ondernemers die het anders proberen te doen. Merken zoals The Oh Collective en Mail & Female zetten bewust in op body-safe materialen, transparantie en educatie. Ze proberen seksualiteit uit de taboesfeer te halen en consumenten bewust te maken van materiaal veiligheid, en seksueel genot als pilaar van een gezonde samenleving.

Maar zelfs daar lopen ze tegen grenzen aan. Siliconen worden bijvoorbeeld gezien als veiliger alternatief voor goedkoop plastic, maar blijken nauwelijks recyclebaar. En ook daar zouden oplossingen voor bedacht moeten worden naar aanleiding van meer onderzoek. Zo zijn er ook steeds groenere opties voor seksspeeltjes die vriendelijk zijn voor mens en milieu.

Hoeveel invloed hebben consumenten eigenlijk echt?
Misschien is dat uiteindelijk de grootste vraag waar ik tijdens dit onderzoek op uitkom. We leven in een tijd waarin consumenten steeds meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun eigen gezondheid. We moeten etiketten lezen. Ingrediënten checken. Plastics vermijden. Zo veel mogelijk biologisch eten. PFAS-vrije pannen kopen en ‘Low tox’ leven.

Maar hoeveel invloed heeft een consument werkelijk in een markt waarin regelgeving achterloopt op wetenschap en waar nano- en micro plastics inmiddels alomtegenwoordig zijn? Hoe groot is onze invloed echt? Hoe maak je ‘bewuste keuzes’ als je niet eens weet welke stoffen in onze dagelijkse producten zitten?

En hoeveel verantwoordelijkheid kun je neerleggen bij ons mensen? Mensen die ervan uitgaan dat producten die gewoon in Nederlandse winkels liggen veilig zijn? Want uiteindelijk gaat dit verhaal niet alleen over dildo’s en vibrators.Het gaat over wie de verantwoordelijkheid draagt voor volksgezondheid in een hyper kapitalistische samenleving.

Over een systeem waarin producten vaak eerst massaal verkocht mogen worden en pas jaren later serieus onderzocht. Een systeem waarin profit regelmatig belangrijker lijkt dan preventieve bescherming en gezondheid. En over de vraag waarom vrouwelijke gezondheid nog steeds zo vaak pas aandacht krijgt wanneer de schade al is aangericht.

En misschien is dat uiteindelijk de grootste paradox van deze tijd. We leven in een cultuur waarin we steeds opener praten over seksualiteit, gezondheid en zelfzorg terwijl we tegelijkertijd nog opvallend weinig weten over de veiligheid van de producten die daarbij verkocht worden.

Misschien is dat precies wat de moderne wellness-industrie zo ingewikkeld maakt. Empowerment, zelfzorg en seksuele vrijheid verkopen sneller, dan kritische vragen over productveiligheid. Terwijl juist die vragen misschien urgenter zijn dan ooit. Meer draagvlak voor zelfzorg en vrouwengezondheid zal hopelijk leiden tot meer wetenschappelijk onderzoek, meer regulering en meer informatie over het product voor de eindgebruiker. Seksueel plezier ervaren met speeltjes zou niet alleen voor een ieder toegankelijk moeten zijn, maar vooral voor iedereen veilig moeten zijn.

Dit artikel is onderdeel van een groter onderzoek dat op de Groene Amsterdammer gepubliceerd zal worden. Het artikel is aangepast voor Lilith Magazine

 Foto door Anna Shvets via Pexels