Wat is de deal met Nederlandse protestmedia?
OneWorld, Jacobin, Joop: het zijn linkse media die uitgesproken maatschappijkritisch zijn en door andere reguliere of grotere media als activistisch worden bestempeld. Als mede-oprichter van feministisch journalistiek platform Lilith Magazine vraagt Clarice Gargard vraagt zich af wat de rol is van dit soort protestmedia in het Nederlandse medialandschap. Lilith Magazine heeft vorig jaar aangekondigd permanent te stoppen. Als laatste ode aan de rebelse en vernieuwende journalistiek die Lilith de afgelopen vijf jaar heeft bedreven, onderzocht Clarice de functie van alternatieve media in een tijd van onrecht en onrust.
‘Waarom doen jullie het niet gewoon zelf?’ Het is een warme zomeravond en vriendin en partner Hasna El Maroudi en ik zitten op het terras met de hoofdredacteur van een Amsterdams blad en een mediaondernemer. Daarvoor waren we bij het Het Grote Interviewgala in de Stadsschouwburg, georganiseerd door journalist Frénk van der Linden, een evenement waar journalisten en mediamakers samenkomen om het over de staat en toekomst van de journalistiek te hebben. Op het terras kaarten we weer eens het gebrek aan systeemkritiek en makers die niet uit een wit en elitair nest komen aan. Hoewel Hasna en ik het relatief ver hebben kunnen schoppen in de mediawereld merkten we dat we tegen muren opliepen wanneer we uitgesproken waren, of onrecht bespraken.
Die avond in 2019 besloten we zelf een mediaplatform op te richten, geïnspireerd door de woorden van Amerikaanse schrijver Toni Morrison: ‘If there is a book that you want to read that hasn’t been written yet, you must be the one to write it.’ Zo ontstond Lilith Magazine: een feministisch journalistiek platform voor rechtvaardigheid en verandering. Daarover zegt co-founder Hasna: ‘De doelgroep die we wilden aanspreken was enorm blij dat Lilith haar intrede deed. Ze merkten meteen dat dit een medium voor hen was. Mensen uit de marges of mensen die maatschappelijk betrokken zijn. Er was veel animo voor de journalistieke verhalen, maar toch bleek het uiteindelijk lastig om onszelf te kunnen bedruipen.’
In apartheidsstaat Israël staat discriminatie van niet-joden in de wet – oneworld.nl
Verlaten we het kapitalisme en worden we horigen in het technofeodalisme? – jacobin.nl
VVD'ers hebben schoon genoeg van haatzaaiende tussenpaus Dilan Yesilgöz – joop.nl
Het is een greep koppen uit enkele media die ik als Nederlandse protestmedia zou categoriseren; media die uitgesproken maatschappijkritisch zijn, maar meestal door mainstream of reguliere media als ‘te activistisch’ gelabeld worden. In dit artikel poog ik een formele definitie te geven (waar waarschijnlijk niet iedereen het mee eens zal zijn) aan media die uitgesproken maatschappijkritisch zijn, maar meestal door andere grotere media als ‘te activistisch’ gelabeld worden. Dat doe ik omdat we een fenomeen vaak pas kunnen begrijpen als we het bestuderen en een naam en plek geven. Sommigen zouden het ook ‘alternatieve media’ kunnen noemen, ten opzichte van de reguliere media die langer bestaan.
Protestmedia
Deze protestmedia bestaan binnen een spectrum, waarbij het ene medium meer uitgesproken, grassroots of opzwepend is dan het andere. Wat ze gemeen hebben is dat ze kleur bekennen, schuren, duwen, ontwrichten en bekritiseren, maar journalistieke stijlvormen en methoden hanteren om dat te doen. Ze zijn het vervelende nichtje aan de eettafel dat aan de racistische oom vraagt of hij nou echt die beledigende woorden moet blijven herhalen, de buurman die met ongevraagde informatie over je watergebruik komt en hoe dat te herleiden is tot droogte in Syrië. Irritant, soms drammerig of het gaat je de pet te boven, maar je leert er altijd anders van naar de wereld te kijken.
In de Verenigde Staten bestaan er media als Jacobin en The Nation, maar er waren tot voor kort ook vrouwen- en tienerbladen als Jezebel en Teen Vogue, die vanuit de linkerflank van het politieke spectrum journalistiek bedreven. In het Verenigd Koninkrijk zijn er progressieve platforms als Novara Media met journalist en mediapersoonlijkheid Ash Sarkar als populair gezicht. Onlangs interviewde Sarkar de Ierse Blindboy, een artiest en podcasthost, die de fascistische politiek van Donald Trump vergeleek met ‘kayfabe’, een absurdistische storytellingvorm die je vooral bij professioneel worstelen tegenkomt. ‘Het zijn briljante atleten die een verhaal vertellen waarvan we weten dat het nep is, maar waarbij er een gemeenschappelijke gevoel bestaat van suspended disbelief. Dat brengt Trump in de politiek. We hebben een duidelijk idee van wat fascisme is: Mussolini, Hitler – vrij humorloos en rechttoe rechtaan. Maar het officiële account van het Witte Huis plaatst comedyvideo’s van mensen die gedeporteerd worden, met ASMR-geluiden. Het vraagt de mensen om mee te doen aan kayfabe. Het wordt gepresenteerd als een grap. Ze maken heel effectief gebruik van humor en memes.’
Het is een voorbeeld van hoe dergelijke media kleur bekennen en nieuwe ideeën aan het publiek introduceren. Ze behandelen complexe thema’s als fascisme, kapitalisme, imperialisme, racisme, kolonialisme, vrouwenonderdrukking en lhbtq+-fobie en werpen een kritische blik op alles wat de gevestigde norm is. Bij The Nation, het oudste onafhankelijke progressieve blad van de Verenigde Staten, verscheen bijvoorbeeld een artikel over de toenmalige kandidaat voor het New Yorkse burgemeesterschap, de Democratische Zohran Mamdani. Het blad is transparant over haar voorkeur voor de in Oeganda geboren Indiase Amerikaan met socialistische idealen en millennial swag als uitdager van het establishment. The Nation was ook kritisch naar de Democratische partij, die immers de status quo tracht te behouden. Het is niet dat dit soort verhalen in Nederlandse mainstreammedia niet bestaan, maar ze zijn meer de uitzondering dan de norm en er zijn nog te weinig protestmedia om dat gat te vullen.
Volgens mediadeskundige Mark Deuze is een van de verklaringen daarvoor dat gevestigde media ‘risicomijdend gedrag’ vertonen. Samen met Mirjam Prenger, universitair docent journalistiek aan de UvA, deed Deuze onderzoek naar innovatie binnen de media en de creatieve sector. ‘Daar is men doodsbang voor creativiteit en innovatie. Die sectoren zijn zo precair qua inkomsten, voortbestaan en maatschappelijke positie dat risico’s tot een minimum worden beperkt. Mensen die er niet uitzien zoals jij, die niet praten zoals jij, die met een ander kapitaal binnenkomen, zijn een risico. Dat moet afgezet worden tegen zekerheden.’ Kortom, wat de boer niet kent, vreet die niet.
Protestmedia uit het verleden
De meeste Nederlandse kwaliteitsmedia hebben een eigen signatuur en journalisten die verantwoord journalistiek werk maken aan de hand van regels en codes. Wel is 95 procent eigendom van Belgische uitgevers De Persgroep en Mediahuis, die weer in de handen van vermogende families zijn. We zien momenteel in de Verenigde Staten, onder het schrikbewind van Donald Trump, hoe gevaarlijk zo’n machtsconcentratie is. Desalniettemin: er worden misstanden onthuld, belangrijke verhalen verteld en aan nieuwsverslaggeving gedaan. Maar een standpunt innemen of een point of view vertegenwoordigen, laten status-quo-journalisten over aan ‘activisten’, zelfs in een wereld waarin dat steeds noodzakelijker wordt, omdat waarheidsvinding onder druk staat. Daarbij bestaat de journalistiek meestal uit de witte, hoogopgeleide middenklasse, die een bepaald perspectief met zich meebrengt.
Dat is ook waarom protestmedia (en alternatieve media) altijd hebben bestaan. Andere journalistieke makers en het publiek hebben altijd behoefte gehad aan andere geluiden, die buiten de contreien van de gevestigde orde bestaan, niet ter vervanging van mainstreammedia, maar als aanvulling erop. Zo werd in de jaren zestig Umoja, de zwarte vrouwenkrant, opgericht. Dat gebeurde naar aanleiding van het opkomend fascisme van die tijd, in de vorm van centrumdemocraat Hans Janmaat. Het blad was mede opgericht door Ans Sarianamual en geïnspireerd door Amerikaans-Grenadiaanse feminist, schrijver en academicus Audre Lorde. De makers schreven toen al over onderwerpen als feminisme en dekolonisatie, wat destijds ongehoord was, maar nu mondjesmaat onderdeel van het journalistieke curriculum wordt.
Op de voorpagina van Umoja prijkte een antifascistische rode driehoek als symbool van verzet. Daarover schreven de makers: ‘De rode driehoek is het symbool van solidariteit met onderdrukte groepen, staat voor gelijkwaardigheid in plaats van diskriminatie, minachting of vernedering, alleen omdat iemand bijv. zwart, joods, homoseksueel of vrouw is. De rode driehoek wordt door ons gebruikt, omdat wij vinden dat die het symbool van antifascisten moet blijven en niet, zoals vroeger, een indelingsteken van fascistische onderdrukkers.’ Het blad moest helaas noodgedwongen stoppen vanwege fascistische en racistische bedreigingen, een gegeven dat Lilith en haar oprichters niet onbekend is.
Protestmedia in het nu
Dan hebben we Joop, het opinieplatform van BNNVARA waar ik redacteur was, voordat we Lilith oprichtten. Een platform dat overigens kan blijven bestaan omdat het ingebed is in de structuur van een gevestigde omroep. Een van de belangrijkste dingen die ik daar leerde, was kritisch zijn op nieuws dat gereproduceerd wordt, zowel als maker als consument. Een voorbeeld is dat van de vluchtelingen die koikarpers uit de vijver gevist zouden hebben in een vakantiepark dat als opvanglocatie diende. Ze zouden de vissen daarna hebben gebarbecued en opgegeten. Uiteindelijk bleek het een broodjeaapverhaal, of ‘canard’, zoals dat in de journalistiek heet. Maar het bericht stond wel in De Telegraaf, het AD en op RTL Nieuws. Het was koren op de molen van politici die anti-migratie zijn. Net zoals geweld tegen vrouwen nu als excuus wordt gebruikt om anti-migratieretoriek uit te kramen. Het werd me zo duidelijk hoe bias (bedoeld of onbedoeld) berichtgeving in kan sluipen en kan bijdragen aan een cultuur van uitsluiting.
Hoofdredacteur Francisco van Jole is al zijn hele journalistieke carrière de luis in de pels van de luis in de pels. Van Jole richtte, voordat hij bij Joop werkte, in 1984, samen met vrienden een persbureau en protestkrant op. Dat was ten tijde van de Vietnamoorlog en Apartheid in Zuid-Afrika, thema’s die veel in het blad werden behandeld. ‘We vonden dat mainstreammedia te weinig aandacht besteedden aan de dingen die wij belangrijk vonden’, vertelt hij. ‘Ik merkte dat actievoerders veel wisten over de wereld. En dat werd eigenlijk niet benut. We schreven over onderwerpen die er nu ook nog zijn, zoals extreem-rechts.’
Pluriformiteit betekent mijns inziens niet alleen een diversiteit aan identiteiten, maar ook van perspectieven en ideeën. Representatie is belangrijk, maar je kunt een vrouw, iemand van kleur of een van de lhbtq+-letters aannemen, maar als die de status quo vertegenwoordigen, krijg je vaak meer van hetzelfde. Dat proberen ze bij magazine OneWorld anders te doen. Toch beschouwt hoofdredacteur Seada Nourhussen het niet als protestmedium, omdat systeemkritiek in haar optiek normaal zou moeten zijn binnen de journalistiek. ‘Is de kerntaak van journalistiek niet om met producties rechtvaardigheid te vergroten en dus onrecht te bestrijden? Als je dat activisme wil noemen, prima, maar volgens mij is het probleem dat veel gevestigde media dat niet doen.’
OneWorld bestaat al sinds 2011, en werd in 2021 overgenomen door Nourhussen en John Olivieira. Het is het enige black-owned magazine met een focus op rechtvaardigheid en de ervaring en deskundigheid van gemarginaliseerde groepen in Nederland. Het blad maakte furore met artikelen over koloniaal taalgebruik en kritiek op de reguliere journalistiek. Zo werd een explainer op Instagram, met uiteenzetting over wat fascisme daadwerkelijk is, veel gedeeld. ‘In een land als Nederland wordt de gemarginaliseerde stem weggemoffeld’, zegt Nourhussen. ‘Het is niet makkelijk om een verdienmodel te vinden. We zijn er nog, maar er is wel een lichte daling te bespeuren, omdat mensen niet meer gewend zijn om te betalen voor informatie en zich te committeren. Ons werk is vaak duurder doordat we bijvoorbeeld meer checks and balances verrichten om onrecht te voorkomen, of omdat we meer werk afnemen van makers in niet-westerse landen met vertaalkosten. Wij redden het omdat we een divers verdienmodel hebben, maar ook dat is niet lang houdbaar.’
Volgens mediadeskundige Deuze heeft het feit dat er in Nederland met name standaard journalistiek wordt geproduceerd, ermee te maken dat het land klein en dichtbevolkt is. ‘Media die echt een radicaal ander geluid laten horen en daarmee ook een significant segment van de bevolking aanspreken – dat is hier best lastig.’
Risicomijdend gedrag
Het gebrek aan protestmedia zou dus ook een cultureel verschijnsel kunnen zijn. Iets wat ik aan den lijve heb ondervonden. Dat was met name toen ik als eerste zwarte vrouw een van de meest exclusieve posities in het medialandschap innam, als NRC-columnist. Zowel door het publiek als collega’s werd ik als een bedreiging voor de status quo gezien, vanwege wie ik ben en mijn linkse kritiek op de Nederlandse samenleving. Ik moet erbij vermelden dat dit niet voor iedereen gold. Maar het overheersende sentiment bleef: zelfs als columnist kun je niet te uitgesproken zijn bij het bespreken van onrecht.
Ook investeerders zijn risicomijdend en vinden ‘andere’ mensen, geluiden en makers dan ze gewend zijn tricky. Daardoor blijft het aantal goed gefinancierde protestmedia klein. Dat merken ook de makers van de Nederlandse Jacobin, een franchise van populaire Amerikaanse moederbedrijf Jacobin dat zich richt op de onderklasse mobiliseren en verbanden tussen onderdrukkende systemen leggen. Volgens hoofdredacteur Jouke Huijzer kan het voor Jacobin moeilijk zijn om subsidie toegekend te krijgen omdat ze niet ‘neutraal’ genoeg zouden zijn.
De naam is geïnspireerd door het boek The Black Jacobins: Toussaint L'Ouverture and the San Domingo Revolution van Trinidadiaanse historicus en marxistische schrijver C. L. R. James. Die schreef over de achttiende-eeuwse Haïtiaanse revolutie tegen kolonisator Frankrijk en legde een verband met de Franse revolutie. Opstand is een terugkerend thema voor het medium. Op sociale media van de Amerikaanse Jacobin is een item te zien met redacteur Meagan Day, die de Make America Healthy Again-beweging (MAHA) van populistische minister Robert F. Kennedy van Volksgezondheid en Sociale Zaken ontleedt. MAHA zou zich terecht zorgen maken over gevaarlijke pesticiden en giftige chemicaliën in de Amerikaanse watervoorziening, maar de verkeerde conclusies trekken over vaccins en autisme.
Op het Nederlandse Jacobin vind je verhalen als ‘TikTok-medewerkers laten zien hoe je het opneemt tegen een techgigant’, over Duitse medewerkers van TikTok die hun baan dreigen te verliezen vanwege de overstap naar AI en zich bij een vakbond aansluiten en in staking gaan. ‘Onze slagzin is reason in revolt’, vertelt hoofdredacteur Huijzer. ‘Dat is enerzijds die rede een beetje radicaliseren. En dus de linkerflanken van gematigde linkse partijen aanmoedigen, van: step up your game. En anderzijds in de opstand ook enige rede brengen. Dus als je een gele-hesjes-massa hebt, waarbij je veel woede ziet, dan heb je een Jacobin nodig die daar richting aan geeft. Die zegt: kijk dit zijn de culprits waar je die woede op moet richten. Niet de mensen die havermelk in de koffie doen, maar de mensen die veevoer aanvoeren, of misschien meer nog de koffie-importeurs. De één procent.’
In Nederland zijn progressieve protestmedia op een hand te tellen, waardoor je niet echt van een links mediablok kunt spreken zoals in landen als de VS (op zich zou je dat ook over de politiek kunnen zeggen). De journalisten van de protestmedia die ik spreek, vinden tevens dat er veel verschil is tussen de diverse platforms. Het is een typisch struikelblok van linkse groeperingen en media: focussen op de verschillen in plaats van de overeenkomsten, ook wanneer die verschillen niet fundamenteel zijn. In mijn optiek functioneren de platforms nog steeds in hetzelfde ecosysteem. Zoals grassoorten geen boomsoorten zijn, maar wel prima naast elkaar kunnen groeien – móeten zelfs.
Het gebrek aan solidariteit van links wordt vaak, onterecht, als een probleem van ‘woke’ gezien. Een term die gemunt is binnen de Afro-Amerikaanse gemeenschap en gaat over bewustzijn met betrekking tot sociaal onrecht. We zouden ons minder moeten focussen op de rechten van trans personen en meer op het grootkapitaal. Cancelcultuur en echokamers zijn zeker valkuilen, maar het probleem is niet dat gemarginaliseerde personen rechten verwerven maar – zoals je door de geschiedenis heen ziet – een gebrek aan een gezamenlijke visie en conflictresolutie, en persoonlijke strubbelingen. Mensen die iets beters willen, denken het vaak beter te weten, ook ten opzichte van elkaar. We moeten ervoor waken dat de angst om ‘te woke’ te zijn leidt tot dezelfde uitsluiting van mensen in de marges, en dat de nieuwe macht er letterlijk en figuurlijk uit gaat zien als de oude. Dan krijg je Elon Musk met een Rutger Bregman-masker op.
Alternatieve impact
De impact van protestmedia is ondanks het gebrek aan structurele steun niet te ontkennen. Ik zou als voorbeeld kunnen noemen dat er een motie is aangenomen in de Amsterdamse gemeenteraad naar aanleiding van een OneWorld-artikel over uitvaartarmoede. Een ander bewijs van impact zou kunnen zijn dat Joop van honderdduizend bezoekers per maand sinds de start in 2010 naar een miljoen bezoekers per maand is gegroeid. En een artikel van Jacobin over het illegaal bespieden van advocaten en academici door de overheid zorgde voor Kamervragen. Lilith publiceerde tijdens Black Lives Matter een serie artikelen over de uitbreiding van de ambtsinstructie van de politie, wat ertoe leidde dat er honderden brieven naar de Eerste Kamer gestuurd werden.
Maar maak je de meeste impact wanneer je veel abonnees, volgers, interacties of lezers hebt? Of is de impact dat je bestaan voor een verschuiving zorgt? Artikelen en onderwerpen van protestmedia zijn vaak terug te vinden in reguliere media en het publieke debat. Dat duidt op een belangrijke functie die dissidente mediamakers hebben. ‘In België heb je de term zweeppartij, dat zijn partijen in de marge. Want die halen de zweep erover en houden de andere partijen bij de les. Ik denk dat hetzelfde een beetje voor media geldt. Bij1 zou je als een zweeppartij kunnen zien en OneWorld als het media-equivalent daarvan,’ stelt Huijzer van Jacobin.
Het mediatij lijkt daardoor enigszins te keren, al gebeurt dat zo traag als kristalhoning uit een fles proberen te knijpen. NRC publiceerde in 2025 een hoofdredactioneel commentaar over Palestina waarbij ze aangaf over ‘genocide’ te gaan spreken. Nadat er al bijna twee jaar lang een aantoonbare, en door vele protestmedia aangegeven genocide in Palestina plaatsvond, uitgevoerd door de Israëlische staat. De koerswijziging van deze krant komt volgens mij ook door inspanningen van journalisten als Lotfi El Hamidi, de voormalige chef opinie bij NRC, die inmiddels redacteur is bij De Groene. In zijn afscheidsstuk schreef hij: ‘Het idee is toch vaak: je bent journalist – je laat je keffiyeh thuis. Betrokkenheid, oké, maar journalistieke afstand is geboden. De rest hoort in het rijtje vieze woorden als “sentimenten”, “activisme” en “meningen”. Maar je kunt van mensen niet verwachten dat zij het grootste morele vraagstuk van het moment parkeren alsof het om een persoonlijke preoccupatie gaat. Gaza is voor deze generatie wat Algerije en Vietnam waren in de jaren zestig. Een “neutrale” houding is een uitvlucht.’
Dit jaar stopt Lilith Magazine met haar werkzaamheden. Na zes jaar werken voor weinig geld, structureel ondergefinancierd zijn en dealen met eerdergenoemde linkse strubbelingen, vonden we het wel mooi geweest. We zijn tevreden met de behaalde successen, het cultiveren en bedienen van een nieuw publiek en de steun die we door de jaren kregen, maar het doek is gevallen. Overeind blijven is voor elk medium in deze tijd niet vanzelfsprekend, maar al helemaal als kleiner protestmedium.
De geschiedenis laat een patroon zien. Een duik in het archief van kennisinstituut Atria op zoek naar feministische journalistiek en naar protestmedia bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) bevestigt dat protestmedia eigenlijk altijd al het ondergeschoven kindje zijn geweest. Zo had je het feministisch tijdschrift Serpetine, dat ten onder ging zonder subsidie van het ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM). Die verloor het blad, omdat er verondersteld werd dat er ‘geen markt voor was’. Hetzelfde gold voor piratenzender Radio de Vrije Keijser, opgericht in 1979. Dat was een zender voor undergroundmuziek, activisme en alternatief nieuws; van gentrificatie en woningnood tot aan wereld-issues, met correspondenten in de West Bank, Verenigde Staten en Irak. Die verdween, naar eigen zeggen, door interne moeilijkheden om zaken op orde te krijgen en druk vanuit de gemeente Amsterdam. Is er dan nog wel hoop op een langdurig bestaan voor de kleine speler binnen het mediaveld als dit het lot lijkt te zijn?
Nieuwkomers
Wellicht zullen de nieuwkomers op de mediamarkt meer succes hebben dan hun voorgangers. In Nederland zijn dat platforms als het anonieme C’est Mocro, een Instagram-account dat nieuws herpakt en opnieuw distribueert voor een jonger publiek. Hun post over de Haagse rellen die als anti-immigratie-protesten werden aangekondigd, maar al snel een extreem-rechtse beerput opende, haalde binnen drie dagen bijna dertigduizend duizend likes en meer dan drieduizend comments. Of dat ook in structurele gelden resulteert, is onbekend. C’est Mocro laat met hun berichtgeving over Palestina tevens duidelijk merken aan welke kant ze staan. Hoewel je het platform niet links zou kunnen noemen met betrekking tot andere onderwerpen, zoals lhbtq+-issues, zegt Tanishaley Neto, mijn Gen Z-researcher, die het account op de voet volgt.
Dan heb je Left Laser, een links YouTube-medium dat confrontatie als middel gebruikt met verslaggever Bob Scholte. In de filmpjes worden politieke leiders harder aangepakt dan in mainstreammedia, waar vaak nog een civiele verstandhouding bestaat tussen de journalistiek en politiek. Tijdens de verkiezingen werden partijleiders bij congressen bevraagd over hoe ze van plan zijn de Navo-norm te bekostigen en waarom Nederland zich überhaupt daaraan moet houden. Het was ook Left Laser (en de YouTube-verslaggever Bender) dat, tijdens de Maccabi-rellen, ter plekke aanwezig was en in beeld bracht hoe de Israëlische hooligans zich misdroegen. In reguliere media was de eerste respons om Nederlanders, met name van Marokkaanse komaf, van antisemitisme te betichten.
Een van de meest controversiële video’s van Left Laser is van Bob die een vluchtende Volkert van der Graaf achtervolgt om hem ter verantwoording te roepen voor de moord op Pim Fortuyn. Van der Graaf valt de verslaggever en de camerapersoon vervolgens aan. De werkwijze van Left Laser doet denken aan de beginjaren van GeenStijl (Bob verscheen overigens onlangs zelf in PowCast, een podcast van PowNed, om over zijn werkwijze te spreken). Het medium dat met dezelfde confronterende en provocerende stijl als Left Laser populair werd, maar dan vanuit de andere kant van het politieke spectrum.
Ik kreeg van C’est Mocro geen respons op mijn interviewverzoek en Left Laser liet weten mainstreammedia, met name de geschreven pers, niet te vertrouwen vanwege slechte ervaringen, ondanks wel in andere media verschenen te zijn. Het deed me denken aan mijn eigen ervaring als progressieve zwarte vrouw in de media en het was enigszins ironisch om nu aan de andere kant te staan, of in ieder geval als zodanig gezien te worden.
Bijna tachtig procent van de jongeren haalt het nieuws inmiddels van Instagram, TikTok of andere sociale media. Zijn dit soort individuele accounts de nieuwe protestmedia en is dat wel journalistiek verantwoord, gezien er geen zichtbare checks and balances zijn, of hoort dat simpelweg bij een nieuw, jong digitaal platform? Volgens mijn researcher Tanishaley is dat niet een vraag die haar generatie interesseert. ‘We willen gewoon weten wat er gebeurt met onderwerpen die wij belangrijk vinden: Palestina en racisme. Op een manier die niet superontoegankelijk is en waarbij een standpunt tegen onrecht wordt ingenomen. Mainstreammedia gaslight je door te doen alsof het allemaal maar normaal is.’
Huijzer van Jacobin NL houdt er een soortgelijke mening op na: ‘Ik denk dat Left Laser voor links in Nederland meer heeft gedaan met drie filmpjes dan heel Jacobin bij elkaar de afgelopen twee jaar. Maar ze worden denk ik minder serieus genomen dan wij.’
Volgens Joop-hoofdredacteur Van Jole is het bestaansrecht van protestmedia ook afhankelijk van de houding van mainstreammedia. ‘Protestmedia zijn afhankelijk van gewone media. Er moet een klimaat zijn waar je in past. In mijn tijd was de Volkskrant de linkse krant. Je had Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer, de Nieuwe Linie en Hervormd Nederland. En nog was dat niet genoeg, dus gingen mensen hun eigen dingen maken. Maar dat kon je doen omdat dat bij elkaar kon aansluiten. Nu kweek je veel plantjes, maar ja, die gaan na de loop van tijd weer dood als je geen goede biotoop hebt waarin die kunnen bloeien.’
OneWorld-hoofdredacteur Nourhussen vindt dat er een betere wederzijdse investering moet zijn tussen (betalend) publiek en het protestmedium: ‘We hebben een kwetsbare positie als medium. Het is belangrijk dat we zelf contactmomenten met het publiek creëren. Je moet stilstaan bij connectie en community. Maar het is ook een oproep aan mensen om te steunen wat je wil zien. Het gaat allemaal niet vanzelf. Net zoals de democratie niet vanzelf gaat. Daar moet je iets voor doen.’
Dit artikel is met medewerking van researcher Tanishaley Neto gemaakt en eerder op de Groene Amsterdammer gepubliceerd. Het artikel is aangepast voor Lilith Magazine
Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay